Sportpsychologie1 augustus 20266 min lezen

De psychologie achter het 'enfant terrible'

Door Gijs Feij

De psychologie achter het 'enfant terrible'
Nick Kyrgios op Wimbledon, 2019. Foto: si.robi, bijgesneden, CC BY-SA 2.0

In elke sport duiken ze op: getalenteerde atleten die niet alleen bekend zijn om hun prestaties, maar ook door hun opvallende gedrag. Deze zogenaamde enfant terribles, letterlijk 'verschrikkelijke kinderen', zijn vaak onvoorspelbaar en interessant voor de media.

Denk aan tennisser Nick Kyrgios die op de baan zijn rackets kapot gooit, NBA-legende Dennis Rodman met zijn extravagante levensstijl of voetballer Mario Balotelli, die met "Why Always Me?" op zijn shirt veel kritiek kreeg. Zulke atleten fascineren, irriteren en roepen vragen op bij coaches en fans. Wat zegt de sportpsychologie over hun gedrag? In deze blog onderzoeken we (1) wat een enfant terrible typeert, (2) welke psychologische kenmerken eraan ten grondslag liggen, (3) hoe media het gedrag beïnvloeden, en (4) hoe dit samenhangt met prestaties en mentale gezondheid.

Wat typeert een enfant terrible?

Een enfant terrible is iemand die zich niets aantrekt van conventies en regelmatig tegen de stroom in zwemt. In sport gaat het vaak om getalenteerde spelers met een uitgesproken karakter. John McEnroe werd in de jaren 80 het enfant terrible van het tennis genoemd vanwege zijn driftbuien en geschreeuw tegen officials. Spanjersberg (2016) beschrijft hen als spelers die op zondag drie goals maken, maar dat alleen doen als ze er zin in hebben. Ze kunnen briljant zijn, maar lastig te managen. Hun gedrag is intrigerend: het maakt het spel spannend, maar zorgt soms ook voor problemen.

Wat ligt eraan ten grondslag?

Psychologisch onderzoek wijst op meerdere factoren die het gedrag van deze atleten kunnen verklaren. Ten eerste hun persoonlijkheidsprofiel. Narcisme komt relatief vaak voor: een overdreven gevoel van eigenwaarde en de drang om bewonderd te worden. Volgens Jones et al. (2017) vertonen narcistische sporters vaker grensoverschrijdend gedrag omdat ze hun eigen normen belangrijker vinden dan die van het team. Daarbij speelt moral disengagement een rol: het vermogen om eigen gedrag goed te praten. Wat voor anderen als onacceptabel geldt, zien zij als gerechtvaardigd.

Daarnaast zijn ook andere persoonlijkheidstrekken van belang. Colangelo et al. (2023) beschrijven hoe eigenschappen die doen denken aan psychopathie, zoals impulsiviteit, risicozoekend gedrag en weinig angst, in topsport niet alleen nadelen hebben. In sommige gevallen kunnen ze juist helpen om onder druk te presteren. Dit fenomeen wordt ook wel 'succesvolle psychopathie' genoemd. Dennis Rodman is hier een bekend voorbeeld van: een grillige levensstijl, maar ijzersterk in zijn rol op het veld.

Tegelijkertijd kleven er risico's aan dit profiel. Millán-Sánchez et al. (2023) laten zien dat impulsiviteit en moeite met het reguleren van emoties sportprestaties kunnen ondermijnen. Emotieregulatie, de kunst om met gevoelens zoals frustratie om te gaan, blijkt bij deze sporters vaak beperkt. Nick Kyrgios gaf in een interview met CNN Sports (2022) toe dat hij regelmatig de controle verliest, wat hem wedstrijden heeft gekost. Dergelijke uitbarstingen leiden tot schorsingen of conflicten, en verstoren de focus.

Ook autonomie speelt een grote rol. Volgens Deci en Ryan (2000) is autonomie, naast competentie en verbondenheid, essentieel voor motivatie. Sporters die zich beperkt voelen in hun vrijheid, reageren daar vaak fel op. Mario Balotelli en Noa Lang hebben regelmatig laten weten dat ze liever hun eigen koers varen dan zich te voegen naar andermans regels. Deze drang naar vrijheid kan hen uniek maken, maar leidt ook tot botsingen.

Wat daarnaast meespeelt, is dat veel enfant terribles al op jonge leeftijd worden gezien als 'lastige' talenten. Ze komen vaak de sport binnen met een rugzak vol aan ervaringen: een moeilijke jeugd, weinig structuur of juist overmatige prestatiedruk. Dit soort factoren kunnen bijdragen aan een identiteitsontwikkeling waarin verzet en provocatie een rol krijgen. De sport wordt dan niet alleen een podium voor prestatie, maar ook voor zelfexpressie. Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat gedrag in de sportcontext niet losstaat van iemands levensverhaal. Een sporter als Dennis Rodman groeide op in een instabiele thuissituatie, en zijn excentrieke gedrag werd deels gevormd door ervaringen van afwijzing en onbegrip. In die zin biedt sport soms een uitlaatklep, maar ook een plek waar 'oud zeer' zichtbaar wordt.

People really didn't care who I was as a human being, rather just a tennis player … the crazy tennis player

Nick Kyrgios

De rol van de media

Media versterken het beeld van een enfant terrible. Eenmaal gelabeld als 'lastpak' wordt elk incident uitvergroot, terwijl positieve daden nauwelijks aandacht krijgen. Nick Kyrgios gaf aan dat hij zich op den duur afvroeg of hij echt zo slecht was als werd beweerd. De invloed van media gaat verder dan beeldvorming. De constante druk om te voldoen aan een publiek imago leidt bij sommige sporters tot mentale problemen. Tamminen en Gaudreau (2014) benadrukken het belang van goede copingstrategieën, zeker bij sporters die kampen met intense emoties. Ontbreekt die ondersteuning, dan ligt een burn-out of depressie op de loer.

Wat betekent dit voor de sportpraktijk?

Rebels gedrag ontstaat vaak uit een combinatie van karakter, emoties en context. Coaches en psychologen moeten zich niet alleen richten op gedrag, maar ook op de drijfveren daarachter. Welke behoeften heeft de sporter? En hoe geef je ruimte aan zelfexpressie zonder dat het team ontwricht raakt?

In de begeleiding van enfant terribles ligt een belangrijke rol voor de sportpsychologie. Mentale ondersteuning kan zich richten op het verbeteren van emotieregulatie, het ontwikkelen van effectieve copingstrategieën en het zoeken naar een balans tussen structuur en vrijheid. Concreet kan dit betekenen: werken aan zelfinzicht, oefenen in de omgang met stress of het bespreken van waarden en doelen. Een coach die luistert zonder meteen te oordelen, kan hierin het verschil maken.

Verder blijft het belangrijk dat grenzen helder zijn. Begrip tonen betekent niet alles toestaan. Het helpt als een trainer samen met de speler risicosituaties bespreekbaar maakt en oefent met alternatieven. Grenzen stellen wordt effectiever als de sporter voelt dat hij gezien en serieus genomen wordt (Doevendans, 2016).

Het is ook belangrijk om de impact op het team mee te nemen. Als andere spelers zien dat grensoverschrijdend gedrag consequenties heeft en dat er eerlijk wordt gecommuniceerd, versterkt dit in teamsporten het groepsproces. Anders kan het gevoel ontstaan dat het enfant terrible voorgetrokken wordt, wat ten koste gaat van de teamcohesie. Spanjersberg (2016) benadrukt: "Wees hard op gedrag, maar zacht voor de persoon." Deze houding helpt bij het handhaven van regels zonder de relatie met de speler te beschadigen.

Professionele begeleiding vraagt dus om nuance. Deze sporters zijn vaak eigenzinnig, expressief en intens betrokken bij hun sport. Wie verder kijkt dan de buitenkant, ontdekt vaak een sterke innerlijke drive. Door die innerlijke kracht te activeren en tegelijk voldoende ondersteuning te bieden, ontstaat er ruimte voor duurzame ontwikkeling. Bovendien biedt de aanwezigheid van een enfant terrible in een team ook kansen: zij durven tegen de stroom in te gaan, brengen creativiteit en kunnen het team uitdagen om buiten de comfortzone te stappen. Mits goed ingebed, kan hun unieke energie bijdragen aan prestaties.

Kortom, het enfant terrible is meer dan een stoorzender. Het is iemand met uitgesproken trekken die, mits goed begeleid, waardevol kan zijn voor het team en de sport. Begrip en professionele steun kunnen veel opleveren. Zoals Mario Balotelli ooit op zijn shirt liet zetten: "Why Always Me?" Misschien is het tijd om die vraag niet weg te lachen, maar serieus te nemen.

← Alle berichten

Benieuwd of het klikt?

Een kennismakingsgesprek is gratis en verplicht je tot niets. Je bent van harte welkom.

Plan een gratis kennismaking